Brandproces
Om de werking van vlamvertragers te begrijpen zou men zich eerst moeten verdiepen in het proces van de ontbranding en van verbranden.
Vuur is een reaktie die plaatsvindt in het gasstadium. Om stoffen te laten branden moeten zij dus eerst een gas worden.
Iedere vaste stof die aan een hittebron wordt blootgesteld, ervaart eerst een temperatuurstijging. Als de temperatuur hoog genoeg is ontstaat een pyrolitische omzetting in ontvlambaar gas, niet-ontvlambaar gas en teer. Als de brandbare gassen genoeg zuurstof uit de omgevingslucht krijgen ontvlamt het gas-lucht mengsel en er ontstaat een vlam. Een deel van de ontstane hitte wordt aan de stof afgegeven waarmee het brandproces in stand wordt gehouden.
Het principe van vlamvertragers
Om een vuur te ontsteken of een verbrandingsproces tot stand te brengen, zijn drie dingen nodig, de zogenaamde branddriehoek:
- genoeg zuurstof
- genoeg warmte
- een brandbare stof
Als een van deze elementen ontbreekt kan geen vuur ontstaan.
Vlamvertragers zijn daarom gebaseerd op het principe om één (of meer) van de drie elementen uit te schakelen.
Voorbeelden:
- door de omzetting bij een bepaalde temperatuur, kan een vlamvertrager niet-brandbare gassen produceren. Dit gas verdunt het zuurstofgehalte in de omgevingslucht. Als het zuurstofgehalte onder een minimaal benodigde hoeveelheid komt, zal het vuur doven. (LOI-Limited Oxigen Index)
- een vlamvertrager kan een endotherme reaktie stoppen als de temperatuur boven een bepaalde waarde komt. Vanwege deze reaktie wordt de stof weer afgekoelt en het grootste deel van de warmte wordt afgevoerd.
Meer informatie
In de EFRA (European Flame Retardants Association) Brochure "Flame Retardants Frequently Asked Questions" vindt u meer informatie over vlamvertragers en hun chemische reacties.
Download the EFRA brochure here:







EFRA_FAQ.pdf (0.8MB)